Khaled Dawwa / Voici mon cœur !
Een hedendaags Oorlogsmonument 

In het kader van de herdenking van 80 jaar Vrijheid in Nederland presenteert museum Beelden aan Zee tot en met oktober een indrukwekkende installatie van de Syrische beeldhouwer Khaled Dawwa (Maysaf,1985). Het zes meter lange oorlogsmonument heeft de vorm van een ruïneuze gevelwand in een door geweld geteisterd Damascus. Dawwa vluchtte eerder met zijn gezin uit Syrië vanwege de burgeroorlog naar Frankrijk, waar hij in de buurt van Parijs zijn atelier heeft. De bezoeker wordt uitgenodigd om na te denken over de blijvende gevolgen van oorlog en onderdrukking, en de impact op hele culturen en volkeren van de daarmee gepaard gaande verwoestingen. 

Door Etienne Boileau

Terwijl we onlangs stil hebben gestaan bij de bevrijding van Nederland, nu 80 jaar geleden, biedt Dawwa's werk een hedendaags perspectief op vrijheid. Juist nu met alle mondiale dreigingen die op de aardbol spelen, krijg je de indruk dat het alleen hier in West-Europa nog veilig is. Geen wonder dat Dawa na een kort verblijf in Libanon er uiteindelijk voor koos om naar Frankijk te komen.

Maquette
De installatie van Dawwa heeft veel weg van een schaalmodel dat met akelige precisie met zowel klei als andere materialen is vormgegeven. Als je langs de rij verwoeste panden loopt, die in een aparte verduisterde zaal staat opgesteld, word je je ervan bewust hoe kwetsbaar onze vrijheid is. Dawwa laat je de installatie bij blauw nachtlicht bekijken, het is een zomerse nacht in Syrië. De materiele schade aan de vernielde gebouwen is enorm: vloeren zijn ingestort, nergens zitten meer ramen in en betonwapening steekt de lucht in. Het doet denken aan de overbekende journaalbeelden van de oorlogen in Syrië en Gaza, maar ook aan de oorlog in Oekraïne. Dawwa koos er bewust voor om geen lichamen weer te geven. Hij concentreerde zich vooral op details van gebruiksvoorwerpen van de mensen die er woonden. Voor de huizen liggen gigantische bergen puin, ertussen kapotte fietsen, je ziet delen van oude schommels. Ook liggen er een paar auto’s onder het puin, zie je een kapotte koepel van een moskee en her en der vernielde hekwerken. Binnenin een van de huizen staat nog een verdwaalde voetbaltafel, en er liggen elders boeken op een tafel. Het zijn details die aangeven dat er mensen in deze huizen hebben gewoond. Doordat er geen lichamen te zien zijn, komt het kunstwerk minder hard binnen bij bezoekers van de tentoonstelling. Ook door het verkleinde formaat van gebouwen en interieurs is er sprake van enige non-realiteit. De werkelijkheid is immers duizendmaal heftiger.  
De veel te vroeg overleden operaregisseur Pierre Audi verwoordde het aldus:
“De wereld op het podium brengt hedendaagse problematiek dichterbij dan het nieuws zelf kan. Want in het theater dromen we, en juist in die non-realiteit kunnen we een diepe connectie aangaan met wat we zien. In een tijd waarin voor oorlog en lijden openlijk reclame wordt gemaakt, biedt juist opera hoop.” En dat geldt wat mij betreft zeker ook voor andere kunstvormen. Literatuur, beeldende kunst, film en poëzie kunnen een dergelijke heftige problematiek als oorlog en geweld invoelbaar maken; er ontstaat bij ons empathie en mededogen bij het zien van slachtoffers en destructie, we wensen dat er op termijn een beëindiging van de conflicten komt. 

Arabische politiek
In een gesprek met Dick Broekhuizen, Hoofd Collecties Museum Beelden aan Zee dat op het Youtubekanaal van het museum staat, vertelt Dawwa dat hij zichzelf als beeldhouwer is gaan zien op het moment dat de Syrische revolutie plaatsvond. “Ik begon de gebeurtenissen in Syrië weer te geven in klei, en kon zo verwerken wat er op dat moment gebeurde in het land waar ik toen woonde. Al geruime tijd ben ik geïnteresseerd in de politiek van mijn land en die van de Arabische landen in het algemeen. Ik vroeg me af: ‘Hoe kunnen we het leven van mensen verbeteren door middel van kunst en de geschiedenis op een andere manier weergeven?” Het antwoord vond hij in de beeldhouwkunst. In eerste instantie werkte hij met het thema gevangenissen en verbeeldde hij menselijke figuren, die volledig in touwen waren opgesloten (zelf heeft hij ook in de gevangenis gezeten). Met dat werk wilde hij de verhalen van de gevangenen in Damascus vertellen. Daarna begon hij te werken aan Voici mon cœur!. Het duurde drie jaar om deze immense installatie te voltooien, die later door een museum in Marseille werd aangekocht. Bij het maken vroeg hij zich af: ‘wat betekent het om je huis te moeten verlaten en naar Europa te vertrekken? Hoe kan ik de omgeving van de families die ik ken, die er in een bepaald huis woonden, het beste weergeven?’ Hij probeerde zich hun leven voor te stellen op basis van foto’s.

Oorlogsmonument
In de begeleidende tekst bij de installatie valt te lezen dat Voici mon cœur! van Dawwa ook gezien kan worden als een hedendaags oorlogsmonument. Dat de nogal abstracte miniatuurvorm van het werk sterk afwijkt van de overwegend figuratieve representaties die we kennen van bekende oorlogsmonumenten, is mijns inziens geen bezwaar. Het werk laat meer dan voldoende ruimte voor individuele associaties met eigentijdse oorlogen en verwoestingen. Het raakt aan universele thema’s als verlies van dierbaren, zoeken naar een nieuwe identiteit en de zoektocht naar vrijheid. (Een zoektocht die voor velen is uitgemond in een permanent verblijf in Europa.) Het kunstwerk herinnert ons eraan dat de strijd voor vrijheid en menselijke waardigheid niet eindigt bij een datum, maar een voortdurend proces is.

Khaled Dawwa /Voici mon cœur !
4 april - 2 november 2025
www.beeldenaanzee.nl/nl/khaled-dawwa

 

Copyright 2025 © Etienne Boileau