Cross-overs in de kunst: Joost Conijn

 

Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Joost Conijn maakt films, bouwt vliegtuigen en auto’s, en schrijft af en toe een column of maakt een boek. Zijn laatste film over The Jungle in Calais en een vluchtelingenkamp in Griekenland ging tijdens IFFR in première en is nu in het Boijmans te zien. Als kunstenaar-avonturier zoekt hij vooral het onbekende op.

Door Etienne Boileau

Met zijn diploma Atheneum B had Joost Conijn (Amsterdam, 1971) evengoed een technische opleiding kunnen volgen, geïnteresseerd als hij was in techniek. Maar hij koos voor het kunstenaarschap. Zo kon hij iets maken waarmee hij zich kon uitdrukken en het publiek iets kon vertellen.

Wat is je de eerste twee jaar op de Rietveld Academie bijgebracht?

“Er was daar veel ruimte om de dingen af te leren die je ooit daarvoor had geleerd. Ik kwam in een soort vacuüm terecht waar ik de ruimte kreeg erachter te komen wat je nou eigenlijk werkelijk wilde doen, en te onderzoeken wat je relevant of belangrijk vindt. Er was veel ruimte om tegendraads te zijn.”

Een van de eerste films die ik van je gezien heb was de film Hout Auto. Een verslag van een tocht door Oost-Europa met een zelfgebouwde auto. Waarom Oost-Europa?

“De cultuur van Oost-Europa sprak mij veel meer aan dan de West-Europese cultuur. Alles in Oost-Europa is veel meer houtje-touwtje, je moet er meer improviseren en elkaar daarin ook helpen. Dit in tegenstelling tot West-Europa waar iedereen helemaal autonoom is en voor ongeveer alles is verzekerd. Ik bouw zo’n auto ook wel steeds vanuit een fascinatie voor techniek. Maar het gaat me niet alleen om de auto. De auto is het vehikel om een reis te maken en in contact te komen met andere mensen.”

Later ben je met een vliegtuigje half Afrika doorgevlogen?

“Ja, die tocht startte in 2010. De reis duurde vier maanden vanaf Lelystad. Een bijzondere reis; mensen daar keken verrast op dat ik met een zelfgebouwd vliegtuig de Sahara was overgevlogen. Tijdens die reis leverde ik iedere week een pagina in dagboekvorm aan voor het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad. Twee jaar later heb ik er een boek over gemaakt met de titel Piloot van goed en kwaad.”

Denk je dat wat wij het kwaad heel anders ervaren dan mensen in Afrika?

“Het kwaad is natuurlijk vaak iets wat onbekend is.”

Dat onbekende zoek jij wel steeds op in je werk?
“Afrika maar ook The Jungle in Calais trokken me zeker. Over het illegale vluchtelingenkamp in Calais werd heel verschillend in kranten en op de televisie bericht: een humanitaire crisis versus een bedreiging van de veiligheid in Europa. Ik vroeg me af waar ik stond in deze kwestie. Hoe kijk ik hiernaar, wat moet ik doen? Ik besloot er zelf naartoe te reizen en al onderzoekend te gaan filmen. Ik wilde kijken wie die mensen zijn, waar ze vandaan komen, en wat ze te vertellen hebben. Dat heb ik proberen vast te leggen in de film Good evening to the people living in the camp.

Viel het mee in Calais?
“Het beeld dat wij door de media over The Jungle voorgeschoteld kregen, bleek niet te kloppen. Daar heb ik mijn eigen visie - dat wat ik daar zag - tegenover willen stellen; en dat is een beeld dat er ook heel erg toedoet. Je moet je voorstellen: al die hutten en gebouwen die ze daar in het kamp hadden gemaakt, dat waren gewoon kunstwerken. Je zag er complete winkelstraten met uithangborden en toonbanken. Heel dubbel; want aan de andere kant was er geen riolering, geen goede waterafvoer, overal ratten. Bijna middeleeuws. Dat wilde ik ook laten zien.”

Je hebt later ook nog gefilmd in een vluchtelingenkamp in Griekenland. Waarom heb je de beelden die je daar maakte, gemengd met de beelden uit Calais?
“Voor mij maakte het niet uit waar ik was. Ik heb geen journalistieke of documentaire film willen maken; de feitelijkheden vind ik helemaal niet relevant. Ik wilde meer een parallelle wereld laten zien, die heel ontoegankelijk is en waar je zelfs niet in mag.”

De film is tijdens de afgelopen editie van IFFR 2018 vertoond en was meteen daarna in het Boijmans te zien. Waarom zo snel achter elkaar?
“Ik vind dat een film op zoveel mogelijk plekken vertoond moet worden. Liever zelfs ook buiten de kunstwereld. Zou mooi zijn als de film ook op televisie kwam. Als wat ik maak alleen binnen de muren van de kunstwereld vertoond zou worden, vind ik dat een beperking.”

Good evening to the people living in the camp,
museum Boijmans van Beuningen
 t/m 7 mei 2018, www.boijmans.nl
 

 Copyright 2018 © Etienne Boileau
 



 Zaaloverzicht museum Boijmans met videostill uit de film God evening to the people living in the camp