Alexander Calder in de Kunsthal:
Vernieuwer en inspirator   

Tijdens zijn werkzame leven verwierf Alexander Calder grote bekendheid met zijn innovatieve mobiles en stabiles. Hij combineerde beweging, abstractie en surrealistische elementen in zijn objecten en bracht daarmee de nodige vernieuwing in de kinetische kunst. Een selectie door de tijd heen van zijn iconische werk is nu te zien in de Kunsthal Rotterdam, samen met werk van tien hedendaagse kunstenaars die zich door Calder hebben laten inspireren. De expositie toont het belang van deze speelse vernieuwer en brengt de internationale ontwikkelingen in de kinetische kunst na diens dood in beeld.

Etienne Boileau

Het belang van Calder (VS, 1898-1976) voor de kinetische kunst kan niet genoeg benadrukt worden. Calder staat aan de basis van een groot aantal baanbrekende artistieke innovaties in de beeldhouwkunst. In zijn zoektocht naar mogelijkheden om de drie ruimtelijke dimensies te overstijgen – waarbij hij de vierde dimensie van de tijd toevoegt als een onmisbaar element in zijn werk – slaagde hij erin de heersende opvattingen over sculptuur naar zijn hand te zetten. Calder is daarnaast de eerste die sculpturen van hun sokkel haalde en ophing, waardoor ze lijken te zweven. Hij was een van de leidende kunstenaars van zijn generatie en maakte deel uit van de Parijse avant garde. Calder stond in nauw contact met collega’s als Marcel Duchamp, Joan Miró, Hans Arp, en Piet Mondriaan. In de jaren zestig en zeventig behoorde hij samen met Picasso en Henry Moore tot de meest gewilde kunstenaars voor beelden in de openbare ruimte (o.a. in New York, Chicago, Londen, én Rotterdam).

Mobiles en stabiles
Alhoewel diverse grote sculpturen van Calder in de openbare ruimte staan, raakte hij toch vooral bekend vanwege zijn ‘mobiles’: gekleurde vormen die in een delicaat evenwicht aan een constructie van staaldraad aan het plafond hangen en door wind- of luchtstromen in beweging worden gebracht. Daarvan zijn er diverse op deze tentoonstelling te zien. Als je rondloopt en de mobiles van Calder bekijkt, zie je dat hij vaak eenvoudige materialen gebruikte om ze uit te voeren. Zijn mobiles hebben zeker ook schilderkunstige kwaliteiten, zoals het vroege werk Untitled uit 1937. Dat werk bestaat uit een eenvoudig wandsculptuur met daarop een paar geschilderde geometrische vormen in de bekende primaire kleuren van Calder; ervoor hangt een houten balletje aan een draad voorzien van een hengel waardoor het lijkt alsof een op het paneel geschilderde geometrische figuur aan die hengel hangt. Op die manier speelde Calder al in een vroeg stadium met een optische illusie; de perceptie van de vormen en het perspectief veranderen steeds. Dat er daarna meer beweging in Calders werk kwam - al is het niet meteen in de vorm van een mobile- is goed te zien in de Maquette for New Yorks World Fair uit 1938. Vier kenmerkende geometrische vormen staan op houten ronde klosjes waar omheen een draad is gespannen. Door die draad met behulp van een eenvoudig mechaniek in beweging te brengen, komen de vormen tot leven. Later ontstonden zijn eigenlijke mobiles, waarbij hij veel aandacht gaf aan schaduwwerking en de werking van luchtstromen waarmee hij ze in beweging kon zetten. In die werken gaat het vooral om balans en onbalans. En net als Giacometti en zoveel andere beeldhouwers zocht Calder naar de ruimte om de sculpturen heen (de negatieve ruimte) door ze een positieve vorm te geven.
Alexander Calder hield zich ook bezig met het ontwerpen van een voet waarop later een bewegend deel kon worden bevestigd. Uit deze staanders ontwikkelden zich vervolgens de monumentale ‘stabiles’, waaronder Le Tamanoir, een staalplastiek van een miereter. In de Kunsthal is nu een fraaie maquette te zien van een dergelijke tamanoir. Het beeld werd in 1963 in sculpturale vorm in ijzer uitgevoerd en door de gemeente Rotterdam een jaar later gekocht voor de nieuwbouwwijk Hoogvliet. Le Tamanoir maakt deel uit van de collectie Sculpture International Rotterdam, een collectie van beroemde internationale kunstwerken in de publieke ruimte van die stad.  Het is het enige monumentale werk van Calder in Nederland.

Eigentijdse invullingen    
Nu, 50 jaar na zijn overlijden, blijkt Calder ook de wegbereider van de kinetische installaties die heel wat kunstenaars na zijn dood ontwikkelden. Denk onder andere aan: Žilvinas Kempinas, Simone Leigh, Ernesto Neto, Olafur Eliasson, Carsten Nicolai, Roman Signer, en Rirkrit Tiravanija. Zij brachten nieuwe mogelijkheden binnen de kinetische kunst en ontwikkelden installaties die tot dan toe niet voor mogelijk werden gehouden. En dat is goed te zien op deze tentoonstelling met twintig werken van Calder en een groot aantal werken van hedendaagse kunstenaars. Er staan wonderlijke installaties in de Kunsthal; ze tarten de zwaartekracht, roepen sterke optische illusies op en prikkelen je zintuigen. Belangrijke thema’s uit Calders oeuvre weerklinken ook in deze relatief jonge werken: licht en reflectie, beweging, prikkeling van zintuigen, sobere materialen, vergankelijkheid, zwaartekracht, positieve en negatieve ruimte. Al vrijwel meteen bij binnenkomst is er de zintuigen prikkelende installatie It happens when the body is anatomy of time van Ernesto Neto. Hij liet een tiental lycrazakken vullen met geurige komijn, kruidnagel en saffraan; de exotische installatie beslaat een groot deel van de zaal bij binnenkomst en strekt zich uit tussen vloer en plafond. En dan is er het element beweging, dat een hoofdrol speelt in meerdere installaties. Zo is er het fraaie werk The lost Compass van Olafur Eliasson. Hij bevestigde zware magneten op een enorme boomstam die in IJsland was aangespoeld vanuit de Noordpool. De magneten maken dat de immense boom altijd naar het Noorden draait, hoe je ‘m ook ophangt. Ook in de installatie Pionier van de Duitse kunstenaar Karsten Nicolai komt beweging tot uiting: een reusachtige parachute richt zich met intervallen vanaf de grond op en komt in beweging door een windmachine. Die machine maakt zoveel lawaai dat het lijkt alsof je als bezoeker mee de lucht in gaat. Žilvinas Kempinas, afkomstig uit Litouwen maakt eveneens gebruik van luchtstromen voor de installatie Flaming Tape, die speciaal voor deze expositie door hem gemaakt is. De luchtstromen worden opgewekt met behulp van een ventilator waardoor diverse repen zilverkleurig tape zodanig in beweging worden gebracht dat er een beeld ontstaat van een opflikkerende vlam. En zo zijn er meer kunstwerken op Calder Now te zien die de recente ontwikkelingen in de kinetische kunst goed in beeld brengen. Dan denk ik met name aan het werk van de Poolse kunstenaar Monika Sosnowska, van wie er een drietal grote stalen sculpturen uit 2014 aan het plafond hangen. Het is vervreemdend en indringend werk dat nogal zwaar oogt, maar tegelijkertijd iets lichts en luchtigs heeft. Haar vervormde open constructies – twee groene en een zwarte – zweven boven de vloer. Sosnowska staat bekend om haar site specific, ruimtevormende of ruimtevullende installaties, waarin ze ruwe bouwmaterialen en architecturale elementen omvormt tot elegante sculpturen. Jammer alleen dat er niet een werk van Zoro Feigl staat. Feigl stond wel op het lijstje van gastcuratoren Dieter Buchhart en Anna Karina Hofbauer, maar is uiteindelijk toch afgevallen. Ook Feigl heeft zich door het werk van Calder laten inspireren en bouwt daar in zijn technisch knap uitgevoerde kinetische installaties nog steeds op voort. ‘Zijn werk is altijd in mijn achterhoofd aanwezig, bij alles wat ik maak’, aldus Feigl.

 

Calder Now
Kunsthal Rotterdam 23 november 2021- 29 mei 2022
www.kunsthal.nl



pdf_bestand.pdf


Olafur Eliasson, Black and yellow double polyhedron lamp (2011). Roestvrij staal, kleureffect filterglas, spiegel en LED-lampen.